Deze website maakt gebruik van bestanden (zoals cookies) en andere technologie. Door verder te surfen, stem je in met het gebruik hiervan.

Interview Charlotte Van de Velde

Charlotte Van de Velde (°1988) woont en werkt in Brussel, België. Ze studeerde kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent en Juweelontwerp en Edelsmeedkunst aan Sint Lucas Antwerpen. Tijdens haar studies ging ze op Erasmus naar Berlijn en Amsterdam.

Haar werk vertrekt vanuit het verzamelen van bestaande juwelen die ze gebruikt als materiaal en inspiratiebron. Het zijn voornamelijk alledaagse juwelen van minderwaardige kwaliteit, gemaakt uit namaakmaterialen, versleten of uit de mode. Ze selecteert juwelen die ondanks hun bescheidenheid toch kwaliteiten bezitten of net door hun gebreken interessant worden. Haar verzameling is het startpunt voor het maken van nieuwe juwelen en objecten aan de hand van subtiele transformaties en assemblages, waarbij ze de stukken een poëtische meerwaarde geeft. Ook de tijd en aandacht die het kost om alles bij elkaar te verzamelen, dragen hiertoe bij. Het hergebruiken van bestaande juwelen komt zowel voort uit een soort zuinigheid als uit liefde voor dingen met een geschiedenis, ook al is die onbekend.

In september 2022 zaten Charlotte Van de Velde en Tom Iriks samen aan tafel voor een gesprek over haar werk.

Je hebt eerst kunstwetenschappen gestudeerd en vervolgens juweelontwerp en edelsmeedkunst. Waarom beslist iemand met een diploma kunstwetenschappen om juweelontwerp te gaan studeren?

Het is een beetje anders gelopen. Toen ik achttien was en mijn studiekeuze nog moest maken, had ik ergens een brochure zien liggen over de opleiding juweelontwerp. Ik dacht direct dit wil ik doen, maar mijn ouders vonden dat ik naar de universiteit moest gaan. Het compromis was om kunstwetenschappen te gaan studeren en daarna naar de kunstacademie te gaan. Uiteindelijk ben ik blij dat het zo gelopen is en ik al wat ouder was toen ik met deze studie begon. Eens ik op Sint-Lucas arriveerde had ik het gevoel op mijn plaats te zitten.

Beschouw je jezelf als een juweelontwerper met een kunsthistorische achtergrond of is het andersom?

Eerder een juwelenmaker met een kunsthistorische achtergrond. Ik heb een fascinatie voor het verzamelen van oude dingen en het ordenen van objecten en dat heb ik wel een beetje meegenomen vanuit mijn vooropleiding. Ik ga niet echt op zoek naar de herkomst van een bepaald juweel en ga dus niet als een kunsthistoricus tewerk. Ik onderzoek de vondsten eerder vanuit het perspectief van een verzamelaar en maker. Als ik toevallig iets te weten kom over de objecten die ik heb verzameld, dan vind ik dat interessant, maar ik ga er niet actief naar op zoek. Ik vind het vooral belangrijk om een visuele mix te creëren tussen oude, nieuwe, goedkope of duurdere materialen, en ze op die manier gelijkwaardig te maken.

Dus je laat de geschiedenis van een gevonden of verzameld object niet meespelen in de nieuwe sieraden die jij ermee maakt?

Nee, tot nu toe niet. In de toekomst wil ik me hier meer in verdiepen. Ik ben nu al een jaar of acht bezig met het verzamelen van oude juwelen en te verwerken tot nieuwe sieraden en objecten. Ik heb het gevoel dat ik bijna op de limiet zit van wat ik daarmee wou doen en dat ik nu mijn media en werkmethodes wil uitbreiden.

Ik wil het graag hebben over je fotoreeks getiteld Findings. Hoe is deze reeks ontstaan?

Ik ga altijd naar dezelfde rommelmarkt op het Vossenplein in Brussel. Die is elke dag open en dat is voor mij heel verleidelijk. Daar ga ik op zoek naar juwelen. Heel vaak koop ik kapotte juwelen of onderdelen. Als ik iets koop, krijg ik soms een zakje en op een dag ben ik begonnen met de vondsten hierin te fotograferen. Het vastleggen was in eerste instantie om een soort database te kunnen bijhouden over wat ik wanneer heb gevonden.

Charlotte Van de Velde: Findings (23/04/2017) (c) Charlotte Van de Velde
Charlotte Van de Velde: Findings (07.08.2016) (c) Charlotte Van de Velde
Charlotte Van de Velde: Findings (24.11.2019) (c) Charlotte Van de Velde

Is het ordenen en fotograferen een belangrijk onderdeel van je creatief proces?

Het fotograferen van de vondsten doe ik nu niet meer zo consequent. Na een paar jaar had ik het gevoel dat er meer tijd ging naar het fotograferen en ordenen van materiaal dan naar effectief dingen maken met wat ik gevonden had. Ik begon er een gevoel van verplichting bij te krijgen en kwam tot inzicht dat ik dit niet eeuwig moest blijven doen. Bovendien werden plastic zakjes de afgelopen jaren schaarser.

Je beschouwt de reeks dus als afgesloten?

Af en toe maak ik nog wel een foto omdat ik het niet kan laten, dus ik weet niet goed of de reeks af is of niet.

De laatste foto uit de reeks is een beeld van een gesloten doos. Het lijkt op een pakje dat met de post werd verstuurd?

Dat is toevallig. Het beeld is gemaakt aan het begin van de eerste lockdown. Ik was een beetje aan het panikeren omdat de rommelmarkt op het Vossenplein gesloten was. Ik ben dan online juwelen beginnen zoeken. Die laatste foto is een pakketje van een bestelling waarop ik lang heb moeten wachten. Zoeken op het internet is een heel andere ervaring dan zoeken op een echte rommelmarkt. Het is ook veel duurder en je kan de stukken niet echt zien en aanraken, dus ik doe dat zo min mogelijk.

Jouw werk lijkt op het eerste zicht meer te gaan over verzamelen dan over het creëren van nieuwe stukken?

Het verzamelen staat inderdaad centraal in mijn werk. Juwelen ontdekken die me inspiratie geven of toevallig iets vinden dat ik nodig heb, geeft me een enorme drive. Ondertussen heb ik een grote voorraad om uit te putten en word ik selectiever bij het kopen. Dus ik denk dat het effectieve maken nu wat meer op de voorgrond zal komen.

Is zo’n verzameling ooit af?

Nee, gelukkig niet. Het zou wel kunnen dat ik er op een dag mee stop, maar af is dat nooit. De categorieën die ik hanteer zijn flou. Het lijkt misschien alsof ik een heel georganiseerd systeem heb, maar in de praktijk is dat toch wat chaotisch. Er zijn ook onderdelen die in meerdere subcategorieën passen of in geen enkele categorie passen. Dit zorgt ervoor dat de classificatie voortdurend in beweging is.

Welke criteria hanteer je daarvoor?

Ik heb in mijn atelier allemaal kleine schuifjes waar onderdelen in zitten. De meeste stukken worden op basis van vorm en functie ingedeeld. In de kast waar bijvoorbeeld de ringen liggen, heb ik een categorie met ringen die hun steen verloren zijn of ringen die helemaal vervormd zijn en zo verder. Vaak is het heel lang wachten tot ik voldoende van een bepaalde categorie verzameld heb om er dan iets mee te doen. Zo heb ik onlangs een nieuw werk gemaakt geïnspireerd op een ring sizer. Het heeft jaren geduurd voor ik 36 solitaire zilveren ringen had om dit werk te kunnen maken.

Charlotte Van de Velde: Solitaire Ring Sizer, 2022 (c) Charlotte Van de Velde

Charlotte Van de Velde: Solitaire Ring Sizer, 2022 (c) Charlotte Van de Velde

Wat is er zo specifiek aan je Solitaire Ring Sizer?

De ringmaat die ik zelf gebruik, vind ik niet zo’n mooi object, dus ik dacht dan maak ik er gewoon zelf eentje aan de hand van vintage ringen. Op die manier wou ik een poëtische vertaling maken van een strak, industrieel object. Ik besefte al snel dat ik de grootste en de kleinste maten van ringen nooit zou vinden. Uiteindelijk heb ik gewoon het aantal ringen van een standaard ring sizer behouden en de maten van de ringen die ik vond, behouden. Ik vind het wel een mooie gedachte dat mijn Solitaire Ring Sizer een idee geeft van de gemiddelde vrouwelijke ringmaat.

Als we kijken naar de recente geschiedenis van het juweel, dan zie je in de jaren ‘50 en ’60 dat de markt overspoeld wordt met goedkope kopieën van haute joaillerie. Ik ken je verzameling niet heel goed, maar ik heb de indruk dat veel van wat jij verzamelt uit die periode komt?

Ik heb ook oudere stukken, maar de meeste dateren inderdaad van deze periode of later.

De Franse filosoof Roland Barthes schrijft in zijn essay From Gemstone to Jewellery over deze explosie aan kopieën en ziet hierin een democratisering van het juweel. Zijn dat zaken waarover je reflecteert in je werk?

Ja, ik vind dat een heel inspirerend gegeven. Ik heb een werk gemaakt dat bestaat uit allemaal identieke juwelen die en masse werden geproduceerd. Het was een soort vergelijkbare studie over uniciteit. Als je iets tegenkomt of vindt dat al in je verzameling zit, begin je te beseffen dat het om een massaproduct gaat. Mijn werk Collector’s Items gaat daar over: massaproductie versus een uniek juweel. Maar verder focus ik me niet echt op onderzoek naar deze periode. Voor mij is de rommelmarkt op het Vossenplein een microkosmos van verschillende soorten juwelen en geeft zo een overzicht van wat er allemaal geproduceerd werd van vroeger tot vandaag. Dat vind ik heel fascinerend. Hoe die archetypische juwelen blijven bestaan en voortleven in kopieën gemaakt uit goedkope materialen vind ik heel mooi om te zien.

In het werk The jewel in the crown maak je ook gebruik van deze archetypes. Hoe is dit werk tot stand gekomen?

Het is een kroonvormig object gemaakt uit een reeks broches. Ik vond het mooi hoe een collectie juwelen die elk afzonderlijk niet zoveel waard zijn samen een object kunnen vormen dat refereert naar het meest ultieme juweel dat er bestaat.

Heb je nog meer kronen gemaakt?

Ik heb nog maar één kroon gemaakt, maar ik heb er meerdere die nog work-in-progress zijn. Het is eigenlijk al sinds mijn studietijd dat ik rondloop met het idee om kronen te maken. Ik weet niet echt waarom, misschien omdat het zo’n elitair juweel is.

Letterlijk een statussymbool.

Inderdaad. Ik zie de kroon als het meest exclusieve type juweel, ook omdat het zo onhandig is om te dragen. Maar ondanks die exclusiviteit is de kroon als symbool wel alomtegenwoordig, zoals bijvoorbeeld een kartonnen verjaardagskroon.

In je reeks armbanden getiteld Nine Bracelets wordt de grens tussen verzamelen en creëren heel flou. Kun je iets meer vertellen over die reeks?

Die reeks is ontstaan met het vinden van een schuifslotje van een parelketting. Ik had dat soort sluiting nog nooit gezien. Op een bepaald moment had ik meerdere slotjes op tafel naast elkaar gerangschikt. Toen zei mijn docent “als het een juweel is, laat het dan een juweel zijn”. Ik had er nog niet eens aan gedacht om er iets mee te maken, maar het was zo overduidelijk dat het al een vorm had gekregen. Ik heb dan alles aan elkaar gezet en zo is die armband en reeks ontstaan. De slotjes blijf ik verzamelen.

Charlotte Van de Velde: Nine Bracelets, 2022 (c) Charlotte Van de Velde

Charlotte Van de Velde: Nine Bracelets, 2022 (c) Charlotte Van de Velde

Nine Bracelets is een reeks die je startte in 2014. Werk je hieraan nog verder?

Ja. De eerste armband die ik heb gemaakt, was letterlijk van de negen eerste slotjes die ik had gevonden, dus die vondsten bepaalden de armband. Ondertussen ben ik veel selectiever geworden en heb ik veel meer mogelijkheden qua stijl, kleur en materiaal. Het lijkt een eenvoudige assemblage, maar het is altijd weer een uitdaging om een evenwichtig en stevig exemplaar te maken.

Maak je die ook op aanvraag?

Ja, zeker! Ik heb er dit jaar nog enkele op aanvraag gemaakt. Maar ik heb in deze reeks vooral veel work-in-progress liggen. Het is geduldig afwachten tot ik de gepaste sluitingen vind om ze af te werken. Ik heb genoeg materiaal om ze sneller te produceren, maar ik maak niet graag compromissen en ga voor de perfecte puzzels.

Je reeks Pieces of Luck  bestaat uit collages van twee of meer halskettingen die samen een nieuwe halsketting vormen. Een beetje vergelijkbaar met de armbanden, met dat verschil dat ze worden opgehangen met gekleurde tape op gekleurd papier. Hoe is deze reeks ontstaan?

Dat was een project georganiseerd door het onderzoeksplatform Precious Dialogue van Sint Lucas Antwerpen. De opdracht was om kettingen te maken aan de hand van industrieel geproduceerde kettingen van Walter Fischer GmbH & Co. Mijn idee was om gebroken kettingen te herstellen aan de hand van die kettingen. Ik ben toen kapotte kettingen gaan verzamelen op de rommelmarkt, maar uiteindelijk waren er maar een paar die pasten op de kettingen van Walter Fischer. Daarom ben ik de gebroken kettingen met elkaar beginnen combineren en zo is de reeks ontstaan. In tegenstelling tot de armbanden, die eerder een puzzel vormen van meerdere deeltjes, was het bij de kettingen echt zoeken naar welke schakel waarop kan aansluiten, zodat twee beschadigde stukken elkaar kunnen herstellen en vervolledigen.

En dan besluit je om die kettingen vast te tapen op gekleurd papier. Hoe kom je daar toe?

Ik moest dat werk afgeven voor een tentoonstelling bij Valerie Traan Gallery en ik had de kettingen op A4-papier geplakt en in een doos gestoken. Dat was eigenlijk mijn inpakmateriaal, de curatoren vonden het mooi en hebben beslist om alles met papier en al op de muur te hangen. Op het papier staat geschreven om welk type schakkelketting het gaat en hoe lang ze is.

Je maakt in je werk veelvuldig gebruik van de assemblagetechniek. Is het hergebruiken van bestaand materiaal niet problematisch? 

Ik verzamel ook dingen die ik te mooi vind om ingrijpend te veranderen of transformeren. Ik vind heel veel dingen mooi zoals ze zijn. Als ik er dan iets mooi mee maak, wat is dan mijn aandeel? Ik heb heel veel respect voor mensen die alles van A tot Z maken en helemaal zelf creëren, maar ik heb het gevoel dat dat niet mijn manier van werken is. Er is zo’n surplus aan juwelen en onderdelen van juwelen. Ik kies er ook vaak dingen uit die niemand anders moet hebben. Je ziet op het Vossenplein een collectie liggen op een tafel en wanneer de mooiste juwelen verkocht zijn, verkopen ze de overschot door. Twee weken later herken ik dan opeens iets dat op een laken op de grond ligt. Op den duur gaan ze ook gewoon weg, maar ik vind het wel belangrijk om zoveel mogelijk te redden en hergebruiken. Er gaat zoveel aandacht naar het nieuwe en naar originaliteit terwijl er zoveel moois is waar weinig aandacht voor is. Ik vind de rol van een conservator even belangrijk als die van een kunstenaar of maker Ik zit een beetje tussen de twee, denk ik. Hoewel het ook wel een struggle kan zijn en ik soms het gevoel heb zelf niet genoeg te maken.

Tijdens mijn voorbereiding is het me opgevallen dat er geen foto’s zijn van jouw werk gepresenteerd op een model. Vind je het belangrijk dat jouw stukken gedragen worden?

In het begin was ik daar echt niet mee bezig en zag ik juwelen meer als miniatuursculpturen of artefacten. Ik vind ook dat een gedragen juweel soms iets teveel is om mee te pronken. Een luxeproduct, terwijl ik dat meer zie als een kleinood om te koesteren. Als ik iets draagbaar maak is het natuurlijk wel belangrijk om te zien dat iets sterk genoeg is en comfortabel zit. Je moet dan met bepaalde dingen rekening houden. Wat ik soms wel lastig vind en daarom ook objecten en fotografisch werk maak. Draagbaarheid is voor mij dus geen prioriteit. Maar de sieraden die ik gebruik werden in het verleden wel op het lichaam gedragen en behouden die connotatie.

Kun je vertellen wat je van plan bent te doen tijdens je residentie bij DIVA?

Ik denk aan de slag te gaan met de handelscatalogi die in de collectie van de bibliotheek zitten en verder experimenteren met collages en assemblages. Ik denk dat dit een logische nieuwe stap is. Ik zou ook graag enkele stukken uit de collectie van DIVA herinterpreteren. Net zoals op de rommelmarkt wil ik me laten verrassen en inspireren door de toevallige vondsten in het museum. Wat ik vooral wil doen, is mijn manier van werken veranderen door niet te vertrekken van mijn gevonden materialen, maar vanuit een bestaande collectie met heel mooie, waardevolle objecten. Mijn gewoonlijke werkmethode omzwieren en uitbreiden, dat is vooral het doel.

Hartelijk dank voor dit gesprek.

Graag gedaan.